Ik moet u wellicht waarschuwen.
Tot u schrijft een sentimentele gek.*
Hecht zich aan herinneringen.
Hecht zich aan momenten.
Hecht zich aan mensen. Uiteraard.
Hecht zich aan haar kinderen. Uiteraad het allermeest.
Da's op zich niet gek.
Maar je kunt ook overdrijven.
Ik herinner me details die totaal niet ter zake doen.
Ik zou momenten in een doosje willen doen. Netjes archiveren
en administreren waar ik welk doosje met welk momentje kan vinden.
En dat ik het dan altijd even kan pakken.
Ik wil altijd kunnen zorgen dat mensen lekker in hun vel zitten.
En kan er niet mee omgaan als dat bij sommige mensen niet in mijn vermogen blijkt te liggen.
Ik ben die moeder die altijd met natte ogen bij tien-minuten-gesprekken zit.
En soms zelfs ongegeneerd zit te janken. En dan zichzelf wijsmaakt dat dat
heus niet genant is….
Afgelopen weekend had ik het even moeilijk.
Herinneringen, momenten, mensen, kinderen.
Allemaal verenigd.
En ik moest afscheid nemen.
…
Ik moet u wellicht waarschuwen.
Tot u schrijft een sentimentele gek.
Het zal mei 2003 geweest zijn.
Of juni. Zoiets.
En ik werd er een beetje giechelig van. En zenuwachtig.
Samen met m'n moeder ging ik shoppen.
Voor wat officieel 'positiekleding' heet.
Want ik was zwanger.
Van mijn eerste kindje.
Nog geen idee wat dat met me zou doen.
Ik vond die broeken zo achterlijk.
Dat malle, extra rekbare, ronde stuk aan e voorkant.
Daar kun je honderd keer een shirt overheen hangen;
of een band omheen dragen;
maar dat ziet er toch niet uit!
Maar ja, de knoop van m'n gewone broek niet meer dichtdoen,
was al bijna niet toereikend meer.
En voor mijn kindje deed ik natuurlijk alles.
Desnoods met zo'n broek aan.
Dus ik kocht broeken.
Met zo'n belachelijk stuk erin.
Waar ik uiteraard het nut wel van in zag;
maar toch echt gewoon stom vond.
De lekkerste was een spijkerbroek.
Ook gelijk de stomste want de blauwe, rekbare, stof
Stak nogal af.
Maar ik droeg er zo'n zalig shirt overheen.
Rood en ruim.
Dektte de boel mooi af.
En zat zo zalig.
Toen de eerste wexeben zich aandienden.
Trok ik dat shirt aan.
Ik pufte op een stoel; aan de tafel; op de bank; over het aanrecht gebogen;
omgekeerd op een stoel en in bed. Allemaal met het shirt aan.
Ik pufte ook onder de douche. Maar dan trok ik het even uit.
En daarna weer aan.
De verloskundige kwam. En ging. Kwam en ging. Kwam en ging.
Dirigeerde me terug onder de douche.
Shirt uit.
Tijden later kwam ik er weer onder vandaan.
Pufte door in bed.
Geen puf om het shirt weer aan te trekken.
Een handdoek een beetje half over me heen.
De verloskundige kwam. En bleef.
God, ik hield van dat mens!! Ze bleef!
Ze masseerde me, dronk koffie, las onze krant, pufte met me mee.
En bleef.
Uren later. Handdoek ergens. Shirt nog bij de douche. Zegt de verloskundige dat het zover is.
God, ik hield van dat mens. Het was zover!
Nog wat later.
Ik ben moeder.
Het vel van mijn dochter op mijn vel.
Ik voel het nog. Vaak. Maar ook hoe het toen was.
Ik ben in tranen. Ik ben moe. Ik ben moeder.
Aan de kraamhulp die inmiddels is aangeschoven, vraag ik of ze mijn shirt even wil pakken.
Die ligt nog bij de douche.
De volgende dag moet het shirt van haar in de was.
Begrijp je nou zo'n mens?
Het wordt december 2005.
En ik vind dat ik al zo snel dikker word.
Dat blijkt niet geheel onlogisch.
En dus zoek ik de malle broeken maar weer op.
Dat zit toch lekkerder…
En dat shirt! Ik heb dat shirt nog! Dat zalige shirt!
Het blijkt het enige shirt dat ook aan het eind van mijn zwangerschap ook nog
xf3ver mijn buik heen past. Er niet bovenop blijft liggen.
Als de eerste wexeben zich aandienen, mag ik niet thuis blijven puffen.
We moeten om medische redenen in het ziekenhuis puffen.
Ik heb dat shirt aan. En veel ziekenhuis-toeters en -bellen.
De eerste verlosploeg komt. Geeft handjes. Kijkt wat. Voelt wat.
De eerste verlosploeg kijkt wat. Voelt wat. Gaat.
De tweede verlosploeg komt. Geeft handjes. Kijkt wat. Voelt wat.
God, wat had ik een hekel aan die ploegen.
Ik puf door de ergernis heen. Houd me vast aan me shirt.
Het hoofd van de tweede verlosploeg steekt zijn hoofd om de hoek.
Van de deur. Kijkt wat. Voelt wat. Praat wat.
Niet tegen mij.
Hij knipt. Ik zeg 'au'.
En ik ben weer moeder.
Het vel van mijn zoon op mijn shirt. Bebloed.
Het hoofd van de tweede verlosploeg kijkt moeilijk. Voelt wat. Kijkt nog wat. En beslist wat.
Opeens lig ik in de lift. In mijn shirt. Met bloed.
…
Ik word wakker.
In mijn shirt.
Met een medicinaal goedje.
Niet het vel van mijn dochter, maar een flinke pleister op mijn vel.
Na het oefenen van veel geduld eindelijk mijn zoon en dochter tegen mijn shirt.
Dan moet het shirt echt in de was.
Nog dagenlang pas ik bijna alleen dat shirt.
Ik woon in dat shirt.
Teken me maar uit in dat shirt.
Als ik weer in normale kleren kan, gooi ik die malle broeken weg.
Maar houd ik nog steeds van dat shirt.
Ik trek het aan zodra ik thuis ben.
Als ik in een shirt slaap, doe ik het in dat shirt.
Het geboorte-shirt.
Weken, maanden, jaren verstrijken.
Ik blijf het shirt dragen.
Het rafelt. Er zitten gaten in. Het is uit vorm.
Het zit niet eens lekker meer.
Het kan echt niet meer.
Bijna had ik 'm bewaard. Bij de babykleertjes.
Maar ik heb hard opgetreden.
Ik stelde uit en deed het in de was.
Ik stelde verder uit en deed het in de droger.
Ik stelde nog verder uit en vouwde het op.
Ik krabde eens op mijn achterhoofd, vermande me. En gooide het weg.
Dag shirt.
Ik hoop dat je weet dat ik altijd veel van je gehouden heb.
Dag shirt.
Ik zal aan je denken…
* NB
Ik kan de meest gruwelijk grove teksten uitslaan
Ik kan heel lelijk denken over mensen. Zelfs over kinderen.
Mijn inlevingsvermogen gaat veel te ver, maar ik irriteer mesoms mateloos
als dat bij anderen niet het geval is.
Ik heb veel begrip. Maar niet voor alles.
Aan sommige mensen heb ik simpelweg een hekel. Soms gewoon zomaar.
Want ik ben natuurlijk geen mietje!!